Toepassingen


Het boek is op meerdere manieren bruikbaar en inzetbaar. In vorige tabbladen zijn een aantal verschillende toepassingen al zijdelings aan de orde gekomen. In dit tabblad zet ik alle bruikbare toepassingen overzichtelijk voor je op een rij. Hierbij maak ik onderscheid tussen 'toepassingen voor het onderbewustzijn' en 'toepassingen voor bewustwording'.


Toepassingen voor het onderbewustzijn

Het boek reikt een kind een nieuw inzicht en een tweetal positieve voorstellingen aan (zie tabblad ‘Waarom’). Hier hoef je verder niets voor te doen. Het verhaal zet het onderbewuste van een kind vanzelf aan het werk, zeker wanneer je het verhaal voorleest voor het slapen gaan. Om de onderliggende boodschap nog krachtiger te maken kun je de tips gebruiken die ik aanreik in het tabblad ‘Voorleestips’.

Toepassingen voor bewustwording

Het boek vormt een laagdrempelige aanleiding om een beladen thema bespreekbaar te maken en kan gebruikt worden door bijvoorbeeld ouders, medewerkers van basisscholen, behandelaars, etc. (zie tabblad ‘Voor wie’). Dat is gemakkelijker dan ‘out off the blue’ ergens over te beginnen. Nadat je het verhaal hebt voorgelezen, kun je natuurlijk zelf wat vragen bedenken om over het verhaal na te praten. Op die manier kun je ervoor zorgen, dat een kind zich meer bewust wordt van de verschillende aspecten van het thema 'pesten'. Zo zou je bijvoorbeeld kunnen vragen:

-“Welk stukje van het boek vind jij het meest bijzonder”? “En waarom vind je dat”?
-“Heb jij ook weleens ‘sorry’ tegen iemand gezegd”? “Hoe was het om dit te zeggen”?
-“Jullie hoeven geen namen te noemen maar vinden jullie dat er bij ons in de klas ook oranje leeuwen zitten”? “Welk gedrag vinden jullie ‘oranje’”? “Wat vinden jullie van dit gedrag”?
-“Hoe vind je het voor de jonge leeuw dat hij werd gepest”?
-“Heb je zelf weleens iemand gepest”? 
-“Ben je zelf weleens door iemand gepest”? "Hoe was dit voor je"? 
Ga hierbij niet in op de onderliggende boodschap van het verhaal  (nieuw inzicht, nieuwe positieve voorstellingen, zie tabblad 'Waarom'): laat dit over aan het onderbewuste, tenzij een kind er zelf over begint. Wanneer een kind er zelf over begint, ga dan niets ‘invullen’ maar laat een kind erover vertellen en stel open vragen. Iedereen verwerkt ‘een nieuwe waarheid’ namelijk op zijn/haar eigen manier.

Een kind kan, nadat bijvoorbeeld een juf het boek klassikaal heeft voorgelezen, natuurlijk ook zelf al spontaan iets vragen of vertellen. Bijvoorbeeld: “Juffrouw, bij ons in de klas zit ook een oranje leeuw”. Hier kan de betreffende juf dan gemakkelijk op inspelen.


Om kinderen zich nóg meer bewust te maken van het thema, kun je naast het stellen van vragen, ook gebruik maken van
'De eilanden-methode'. Deze methode kun je inzetten nadat je het boek hebt voorgelezen aan een groep (van minimaal 10) kinderen.  in het tabblad 'De eilanden-methode' kun je hier meer over lezen.